Sterfte na hartinfarct
Een hartinfarct of hartaanval ontstaat wanneer een bloedstolsel een kransslagader plotseling afsluit. Door die afsluiting krijgt het bijbehorende gedeelte van de hartspier geen zuurstof meer en sterft af. De afsluiting van de kransslagader gaat gepaard met een plotselinge, hevige en lang aanhoudende pijn in de borststreek, vaak uitstralend naar de hals, armen, kaken of mond. Misselijkheid en zweten treden ook dikwijls op. Deze symptomen kunnen ook minder uitgesproken zijn.
De ernst van een hartinfarct hangt af van de grootte van de beschadiging van het hart. Bij grote schade werkt de hartspier onvoldoende en treedt hartfalen op. Ook kunnen vernauwingen in de kransslagaders leiden tot zuurstoftekort, waardoor klachten kunnen ontstaan. Een hartinfarct is een gevaarlijke aandoening, die met ernstige ritmestoornissen (en soms met de dood) gepaard kan gaan.
Cijfers
De cijfers van de IGZ 2006 laten zien dat de totale sterfte kort na een hartinfarct, namelijk binnen 30 dagen of in het ziekenhuis, 5,8% bedraagt. De overlevingskans van een patiënt is afhankelijk van een tijdige en juiste diagnose, behandeling en nazorg. Verschillende studies hebben aangetoond dat er een verband bestaat tussen de kwaliteit van de geleverde zorg na het optreden van een acuut myocard infarct (AMI) en de mortaliteit.
Wij volgen de landelijke afspraken van het VMS-veiligheidsprogramma.