De operatiekamer en verdoving

Vroeger werd anesthesie enkel toegediend met een kapje, waardoor de patiënt de anesthesiegassen (toen: ether) inademde. Deze 'inhalatie-anesthesie' is sindsdien sterk verbeterd en verfijnd. Vooral kleine kinderen kunnen hiermee goed en veilig in slaap worden gebracht.

Volwassenen worden meestal eerst met 'intraveneuze anesthesie' in slaap gebracht. Bij intraveneuze anesthesie worden de medicamenten via een infuus rechtstreeks in de bloedbaan gespoten.

Na het in slaap brengen, wordt de anesthesie onderhouden met gassen of via het infuus voortgezet. Of de anesthesie nu met gassen of via het infuus wordt toegediend, het mengsel van medicamenten is nauwkeurig afgestemd op de patiënt en de omstandigheden. De medicamenten bestaan uit slaapmiddelen, pijnstillers en eventueel middelen om de spieren verslapt te houden. Als het nodig is, worden tijdens de operatie nog andere medicamenten toegediend.

Ook is het anesthesieteam voortdurend bedacht op onverwachte reacties of veranderingen in het lichaam. Door tijdig ingrijpen voorkomen zij dat er hierdoor schade kan optreden.

Bijwerkingen
Terug op de afdeling kunt u zich nog wat slaperig voelen. Ook kan misselijkheid en braken optreden en kunt u pijn krijgen. De verpleegkundigen weten precies wat ze u kunnen geven. U mag er gerust om vragen.

Hebt u een zwaar of kriebelig gevoel achter in de keel, dan komt dat van het buisje dat tijdens de operatie in uw keel zat om de ademhaling te kunnen regelen. Die irritatie verdwijnt vanzelf binnen een aantal dagen.

Veel mensen hebben dorst na een operatie. Als u wat mag drinken, doe dan voorzichtig aan. Mag u niet drinken, dan kan de verpleegkundige uw lippen nat maken om de ergste dorst weg te nemen.

Rustgevende tablet
Vaak krijgt u voor de anesthesie van de verpleegkundige op de afdeling een rustgevende tablet. Daarvan kunt u al een slaperig gevoel krijgen. Terwijl u in uw eigen bed ligt, wordt u naar de voorbereidingsruimte van de operatieafdeling gebracht.

Operatiekamercomplex
Op de operatieafdeling wordt u eerst ontvangen door de receptioniste en recoveryverpleegkundigen. Zij lopen alle voorbereidingen na. Hier schuift u vanuit uw bed over op een smalle operatietafel. Ook wordt er een kunstof naaldje in een bloedvat in uw arm gebracht als voorbereiding op uw infuus.

Als met u een plexus anesthesie of een epidurale anesthesie is afgesproken bij algehele anesthesie, zal u die voor de operatie toegediend krijgen. Dat gebeurt op een speciaal daarvoor uitgerust gedeelte van de uitslaapkamer.

In de operatiekamer
De anesthesioloog geeft u de verdoving die met u besproken is. Voordat u de slaapmiddelen krijgt toegediend, wordt eerst de bewakingsapparatuur aangesloten. U krijgt plakkers op uw borst om uw hartslag te meten en een klemmetje op uw vinger om het zuurstofgehalte in uw bloed bij te houden. De bloeddruk wordt aan de arm gemeten. Als alle voorbereidingen klaar zijn, dient de anesthesioloog u een snelwerkend slaapmiddel toe. Binnen een halve minuut bent u onder anesthesie.

Vormen van anesthesie
Er zijn drie vormen van anesthesie om ervoor te zorgen dat u tijdens de ingreep geen pijn voelt. Sommige ingrepen kunnen alleen uitgevoerd worden met een bepaalde anesthesie. Bij andere ingrepen kan zowel een algehele anesthesie als een regionale anesthesie worden toegepast. 
  1. Algeheel
    Voordat u onder narcose gaat wordt u eerst aangesloten op de bewakingsapparatuur. Zo kunnen wij makkelijk de hartslag en het zuurstofgehalte in het bloed controleren. Daarna wordt het infuus ingebracht in uw arm of hand en valt u binnen een halve minuut in slaap. De anesthesist bewaakt en bestuurt tijdens de operatie de functies van uw lichaam en blijft voortdurend bij u. De ademhaling en de bloedsomloop kunnen worden bijgestuurd en u krijgt medicijnen om te zorgen dat de verdoving niet uitwerkt.
  2. Plaatselijk: ruggenprik
    Nadat u bent aangesloten op een infuus en bewakingsapparatuur zodat wij uw bloeddruk in de gaten kunnen houden, krijgt u een prik in uw rug. Deze ruggenprik doet evenveel pijn als een gewone injectie. Als de verdoving begint te werken worden uw benen warm en beginnen ze te tintelen. Daarna worden ze net als de rest van uw onderlichaam gevoelloos. Tijdens de operatie blijft u bij bewustzijn, maar u ziet niets. Alles wordt afgedekt met doeken. Als u liever slaapt, kan dat ook. Het kan twee tot zes uur duren voor de verdoving is uitgewerkt. Soms kunt u daardoor pijn krijgen en kunt u aan de  verpleegkundige een pijnstiller vragen.
  3. Plaatselijk: verdoving in uw arm of been
    Als u geopereerd moet worden aan uw arm of been verdoven wij deze meestal plaatselijk. De zenuwen worden met een prik verdoofd en als u medicijnen nodig heeft, krijgt u die door een infuus aan uw arm. Het duurt ongeveer een half uur voor u verdoofd bent, maar daarna kan het tussen de 3 en 24 uur duren voordat het middel is uitgewerkt. U kunt last krijgen van eventuele bijwerkingen. Zenuwen kunnen door de verdoving geïrriteerd raken en gaan tintelen. Als u overgevoelig bent voor verdovende middelen kunt u last krijgen van benauwdheid, huiduitslag en een lage bloeddruk. Sommige mensen krijgen last  van metaalachtige smaak, tintelingen rond de mond, een slaperig gevoel, hartritmestoornissen, trekkingen en uiteindelijk bewusteloosheid. Dit gebeurt als de verdoving in het bloed van grote aderen terechtkomt.

 

 

 

 

Anesthesie en operatiehttp://www.westfriesgasthuis.nl/afdelingen/anesthesie-en-operatieAnesthesie en operatieDe afdeling Anesthesie en operatie houdt zich bezig met verdoving bij operaties en ingrepen. De afdeling is onderverdeeld in de poli preoperatief en de anesthesie in de operatiekamers.

 

 

dhr. R. van Beekhttp://www.westfriesgasthuis.nl/specialisten/Paginas/r-van-beek.aspxdhr. R. van Beek
dhr. L.F. Gabelhttp://www.westfriesgasthuis.nl/specialisten/Paginas/l-f-gabel.aspxdhr. L.F. Gabel
dhr. G.J.D. Goekoophttp://www.westfriesgasthuis.nl/specialisten/Paginas/g-j-d-goekoop.aspxdhr. G.J.D. Goekoop
dhr. dr. J.P. Heringhttp://www.westfriesgasthuis.nl/specialisten/Paginas/j-p-hering.aspxdhr. dr. J.P. Hering
dhr. J.S. de Jonghttp://www.westfriesgasthuis.nl/specialisten/Paginas/j-s-de-jong.aspxdhr. J.S. de Jong
mw. N.H.A. Leclusehttp://www.westfriesgasthuis.nl/specialisten/Paginas/n-h-a-lecluse.aspxmw. N.H.A. Lecluse
mw. F.M. Lemckert - de Jonghttp://www.westfriesgasthuis.nl/specialisten/Paginas/f-m-lemckert-de-jong.aspxmw. F.M. Lemckert - de Jong
mw. K.P. Maylandhttp://www.westfriesgasthuis.nl/specialisten/Paginas/k-p-mayland.aspxmw. K.P. Mayland
mw. E.J. Ravensbergenhttp://www.westfriesgasthuis.nl/specialisten/Paginas/mevr.E.J.Ravensbergen.aspxmw. E.J. Ravensbergen
dhr. A.P. Schipperhttp://www.westfriesgasthuis.nl/specialisten/Paginas/a-p-schipper.aspxdhr. A.P. Schipper

 

 

Hoornhttp://www.westfriesgasthuis.nl/locaties/hoornHoornDe hoofdlocatie van het Westfriesgasthuis vindt u op de Maelsonstraat 3 in Hoorn. ​Er zijn twee ingangen: een hoofdingang en een ingang aan de stationszijde.

Mobile Menu
Zoeken.