Gehooronderzoek bij volwassenen

Bij iedere patiënt met gehoorproblemen wordt een toonaudiogram afgenomen. Met een zogenaamde audiometer en een koptelefoon worden korte tonen aangeboden. Aan de patiënt wordt gevraagd aan te geven of deze worden gehoord. De onderzoeker gaat na hoe zacht het geluid gemaakt kan worden om net gehoord te worden. Deze test wordt herhaald met een trilblokje achter het oor. Beide oren worden afzonderlijk getest. Zo wordt een drempel bepaald van de geluiden van verschillende toonhoogten die nog net worden waargenomen.

De meetresultaten worden in een grafiek weergegeven. Deze grafiek heet een  toonaudiogram of kortweg: audiogram.

Toonaudiogram

Bij gehoorverlies neemt ook het vermogen af om gesproken woorden te verstaan. Om er achter te komen hoe groot het verlies aan spraakverstaan is, krijgt de patiënt via de koptelefoon een reeks losse woorden te horen waarbij gevraagd wordt om zo goed mogelijk na te zeggen wat verstaan is. Deze woorden worden steeds zachter gemaakt, net zo lang tot er nauwelijks meer iets van wordt verstaan. In een grafiek worden deze resultaten weergegeven: per geluidssterkte wordt het percentage goed nagezegde woordjes aangeduid. Dit noemt men het spraakaudiogram. Het is vooral dit spraakaudiogram dat duidelijk maakt of een patiënt baat kan hebben van het gebruik van een hoortoestel.

Spraakaudiogram

 

 

Keel-, neus- en oorheelkunde (KNO)http://www.westfriesgasthuis.nl/afdelingen/keel-neus-en-oorheelkundeKeel-, neus- en oorheelkunde (KNO)​Op de poli Keel-, Neus- en O​orheelkunde (KNO) kunt u terecht voor alle klachten die te maken hebben met uw keel, neus, oren en hals.

Mobile Menu
Zoeken.