Middelen

Er is een aantal middelen beschikbaar die de kans op nieuwe aanvallen verkleinen, en mogelijk ook de kans op blijvende invaliditeit (interferon-beta; glatirameeracetaat). Als patiënten tijdens behandeling met deze medicatie veel aanvallen houden en/of snel verslechteren kan worden overgegaan op behandeling met mitoxantrone of natalizumab.

Interferon-beta 
Interferon-beta is een lichaamseigen eiwit, waarvan drie verschillende geneesmiddelen beschikbaar zijn (merknamen Avonex, Betaferon, Rebif). Deze worden allemaal via injectie (onderhuids of in een spier) toegediend. Het eiwit speelt een rol in het afweersysteem. Gemiddeld genomen neemt het aantal aanvallen met 30% af. Na de injectie treden frequent ‘griepachtige klachten’ op met hoofdpijn, rillerigheid (soms koorts) en spierpijn, ook treden vaak huidreacties op rond de injectie-plaats. Een deel van de patiënten maakt na verloop van tijd (meestal pas na een jaar) antistoffen tegen interferon-bèta aan, waardoor het middel niet of minder werkzaam is. Deze antistoffen kunnen door middel van specifiek bloedonderzoek worden aangetoond.

Glatirameeracetaat 
Glatirameeracetaat (merknaam Copaxone) is een mengsel van eiwitten dat dagelijks onderhuids met een injectie wordt toegediend. Het heeft een min of meer met interferon-beta vergelijkbaar effect op het aantal aanvallen. Rond de injectieplaats kan irritatie van de huid ontstaan, met ook verdwijnen van vetweefsel ter plaatse. ‘Griepachtige klachten’ treden niet op. Antistoffen die de werking van het middel tegengaan lijken niet te worden gemaakt.

spuit.jpg
Toedieningswijze interferonen en glatirameeracetaat

Natalizumab 
Natalizumab (merknaam Tysabri) is een zgn. antilichaam dat eens per vier weken per infuus wordt toegediend. Waarschijnlijk heeft het zijn effect door de hersenen af te sluiten voor ontstekingscellen uit het bloed. Gemiddeld neemt de kans op aanvallen af met meer dan 60%, een grotere daling dan tijdens behandeling met interferon-bèta en glatirameeracetaat. Toch is het middel geen eerste keus: ongeveer één op de duizend patienten ontwikkelt een ernstige virusinfectie van de hersenen (progressieve multifocale leukoencefalopathie, PML), die dodelijk kan verlopen. Daarom wordt natalizumab nu alleen voorgeschreven wanneer een patiënt onvoldoende op interferon-beta of glatirameeracetaat reageert. Tijdens behandeling met natalizumab worden patienten nauwkeurig gevolgd. 

Mitoxantron 
Mitoxantron is een middel dat wordt gebruikt bij de behandeling van kanker. In onderzoek bij MS-patiënten bleek het de ontstekingsactiviteit in de hersenen aanzienlijk te onderdrukken. Het wordt eens in de drie maanden per infuus toegediend. De totale hoeveelheid die gegeven mag worden is beperkt, wegens de kans op ernstige schade aan de hartspier. Mede hierdoor is mitoxantron net als natalizumab geen eerste keus.

Fingolimod 
Fingolimod (merknaam Gilenya) is een middel dat in maart 2012 in Nederland is geregistreerd. Het zorgt ervoor dat bepaalde ontstekingscellen niet meer uit lymfeklieren kunnen vrijkomen, en vermindert daardoor de ontstekingsactiviteit in de hersenen. De kans op nieuwe aanvallen was ruim 50% lager vergeleken met placebo, in een directe vergelijking met een interferon-beta (Avonex) was de kans op nieuwe aanvallen afhankelijk van de dosering fingolimod tussen de 35 en 50% kleiner. De inname is dagelijks, door middel van een capsule. Ook voor dit geneesmiddel komen vooralsnog alleen patienten in aanmerking die onvoldoende op behandeling met interferon-beta of glatirameeracetaat reageren.
Mobile Menu
Zoeken.