Westfriesgasthuis introduceert patiëntvriendelijke antistollingsbehandeling
Per 7 april 2009 schrijft het Westfriesgasthuis het innovatieve antistollingsmiddel Xarelto Rivaroxaban voor bij heup- en knievervangende chirurgie. Hierdoor is de patiënt niet meer aangewezen op dagelijkse injecties in de buik, voor een periode van vijf weken na afloop van de operatie. Men kan over eenzelfde periode dagelijks Rivaroxaban oraal in pilvorm tot zich nemen. Bovendien kan deze pil worden ingenomen zonder monitoring door de trombosedienst. Dit maakt deze nieuwe behandeling zeer patiëntvriendelijk. Het Westfriesgasthuis is het eerste ziekenhuis in Noord-Holland dat overgaat op deze behandelmethode.
“Het is gebleken dat bij grote knie- en heupoperaties frequent trombose ontstaat” laat orthopedisch chirurg dr. Q.F. Tetteroo weten. “Dit kan leiden tot ernstige complicaties. Jaren geleden zijn we begonnen met antistolling via de trombosedienst. Dit was aan constante monitoring onderhevig, omdat de waarden per patiënt moesten worden aangepast. In de jaren `90 zijn we begonnen met het inspuiten van laag moleculaire heparines in de buik. Die hadden hetzelfde effect. Namelijk dat de complicaties van trombose in de benen hierdoor voorkomen werd. Dat heeft altijd goed gefunctioneerd, maar het is geen goedkoop medicijn. Vandaar dat we gekomen zijn tot dit effectieve alternatief.”
Xarelto Rivaroxaban is de eerste directe Factor Xa-remmer die geschikt is voor oraal gebruik. Het wordt gebruikt ter preventie van veneuze trombo-embolie bij volwassen patiënten, na een heup- of knievervangende operatie. De remming van Factor Xa onderbreekt de intrinsieke en extrinsieke route van de bloedstollingcascade, waardoor trombineformatie en stolselvorming afnemen. Rivaroxaban wordt snel geabsorbeerd en kan worden ingenomen met of zonder voedsel.
Veneuze trombo-embolie (VTE)
VTE is een ernstig en veelvoorkomend probleem. Jaarlijks zijn er in Europa meer dan 370.000 VTE-gerelateerde sterfgevallen. Daarnaast kunnen er complicaties optreden zoals het post-trombotisch syndroom en pulmonale hypertensie als gevolg van een longembolie. Met deze effectieve antistollingsbehandeling kan het aantal VTE echter fors worden gereduceerd. Zonder tromboseprofylaxe is de prevalentie van VTE bij heup- en knievervangende chirurgie 50-85%.
7 april 2009