Zelf verzorgen en voeden
Buidelen
Lichamelijk contact is erg belangrijk. Als de conditie van uw kind het toelaat, is het mogelijk uw kind met slechts een luier om tegen uw blote borst aan te leggen. Buidelen is goed voor het contact van het kind met de ouders. Als u wilt buidelen dan helpt de verpleegkundige u hier vanzelfsprekend mee. Meer informatie hierover vindt u in de folder over buidelen, die aanwezig is op de afdeling.
Zelf verzorgen
Zodra de toestand van uw kind het toelaat, mag u zelf uw baby verzorgen, zoals verschonen, temperatuur opnemen, voeding geven of in bad doen. De verpleegkundige helpt u hierbij. Het verzorgen en voeden van uw kind wordt alleen door uzelf of de verpleging gedaan. Dit geldt ook voor ouders met een tweeling. Zo leert u uw kind goed kennen tijdens het verblijf op de afdeling neonatologie.
Als u uw kind zelf verzorgt, moet u de verpleegkundige vertellen of uw kind voldoende heeft gedronken, gepoept en geplast, of het wakker was, enzovoort. Deze gegevens komen in de daglijst.
Voedingstijden
De afdeling kent verschillende voedingstijden, namelijk 24 -12 - 8 -7 - 6 voedingen. U hoort van de verpleegkundige welke tijden voor uw kindje gelden. Met twaalf voedingen wordt uw kindje niet elke twee uur gewekt. In overleg met u, en aan de hand van de behoefte van uw kindje wordt de verzorgingsronde bepaald. Een verzorgingsronde houdt in dat het kind een schone luier krijgt, eventueel getemperatuurd wordt en voeding krijgt. U mag hierbij helpen of het alleen doen. Afhankelijk van de toestand van het kindje, mag het wel of niet uit de couveuse voor verzorging of voeding.
Rooming-in
Als de toestand van het kind het toelaat kan één van de ouders in een aparte ruimte 24 uur per dag voor het kind zorgen.
Er zijn verschillende mogelijkheden om uw kind te voeden.
-
Infuus: als het kind te klein of te ziek is om zelf te drinken, worden de voedingsstoffen, het vocht en eventuele medicijnen via een infuus toegediend.
-
Sondevoeding: uw kindje krijgt sondevoeding als het niet voldoende zelf kan drinken, doordat het te jong is of als gevolg van misselijkheid. Een sonde is een slangentje waardoor de voeding via de neus en slokdarm naar de maag loopt. Indien mogelijk mag u zelf de sondevoeding geven. De verpleegkundige controleert altijd eerst of de sonde goed zit.
-
Borstvoeding en flesvoeding: als de toestand van uw kind het toelaat, krijgt uw kind (moeder)melk uit een flesje of borstvoeding. De arts beslist hoeveel en hoe vaak uw kind voeding moet krijgen. Bij flesvoeding is het de bedoeling dat alleen de ouders het kind de fles geven. Als u borstvoeding wilt geven en uw kind is nog te zwak om zelf te drinken, dan kunt u de melk thuis of in het ziekenhuis afkolven. Deze afgekolfde melk komt dan in de fles of in de sonde. Voor het afkolven krijgt u steriele flesjes van het ziekenhuis. De afgekolfde melk moet koel bewaard en vervoerd worden. In verband met strenge hygiënische maatregelen in het ziekenhuis is de moedermelk na het afkolven maximaal 48 uur houdbaar. Eventueel kan de moedermelk thuis of op de afdeling ingevroren worden. Meer instructies over het kolven ontvangt u van de verpleegkundige. Als de moedermelk in de koelkast van de afdeling wordt bewaard, noteer dan de naam van uw kind, datum en tijd van het afkolven op het etiket.
Eigen speen
In het begin drinkt uw kind uit een fles van het ziekenhuis. Enkele dagen voor het ontslag is het fijn om uw kind met een eigen speen te voeden. Uw kind kan dan alvast in het ziekenhuis wennen aan de nieuwe speen.