Plexusanesthesie arm of been
Plexusanesthesie van de arm
De arm kan worden verdoofd door de zenuwknoop (plexus) die naar de arm loopt tijdelijk uit te schakelen door rond de zenuwen een verdovingsmiddel te spuiten.
Om u tijdens de operatie zo nodig medicijnen te kunnen toedienen krijgt u een infuusnaald in de andere arm. Afhankelijk van de plaats waar u geopereerd gaat worden, krijgt u de verdovingsprik in de hals, onder het sleutelbeen of in de oksel.
De anesthesioloog gebruikt een zogenaamde zenuwprikkelaar. Met een lage elektrische stroom wordt de zenuw dan geprikkeld. U merkt dat doordat de arm of de hand onwillekeurig beweegt. Het is belangrijk dat u tijdens het prikken stil blijft liggen. Als de naald op de goede plaats zit, spuit de anesthesioloog het verdovende middel in.
Korte tijd later merkt u dat de arm of hand gaat tintelen en warm wordt. Later verdwijnt het gevoel en kunt u de arm en hand niet meer bewegen. Als de verdoving is uitgewerkt keren de beweging en het gevoel weer terug.
De verdoving moet 15 tot 30 minuten inwerken voordat het effect optimaal is. Tijdens de operatie blijft u wakker, maar als dat liever heeft kunt u om een slaapmiddel vragen. Overigens ziet u niets van de operatie: alles wordt met doeken afgedekt en afgeschermd.
Afhankelijk van het gebruikte medicijn kan het drie tot wel vierentwintig uur duren voordat de verdoving volledig is uitgewerkt, u kunt aan de anesthesioloog vragen die de plexusanesthesie toedient hoelang de geschatte werkingsduur van het toegediende middel bedraagt. Met het uitwerken van de verdoving kan ook pijn optreden. Wacht niet te lang met de verpleegkundige om een pijnstiller te vragen.
Na een plexusanesthesie van een arm hoeft u soms niet in het ziekenhuis te blijven totdat de verdoving is uitgewerkt. Dat hangt of van de operatie die bij u is verricht. Zolang de arm verdoofd is moet u hem in een draagdoek (mitella) houden. Tijdens het slapen moet uw arm voldoende ondersteund blijven omdat een verkeerde ligging niet opgemerkt word zolang de verdoving duurt.
Plexusanesthesie van het been
Het ėėn-been blok
U kunt soms, als u aan een been wordt geopereerd, kiezen voor een regionale verdoving van een been. Dit zal gebeuren door middel van twee prikken: een in de bil en een in de lies. Er wordt dan eerst een tekening gemaakt voor de priklocatie. Voor het opzoeken van de juiste plaats, zal (net als bij de verdoving van de arm) een zenuwprikkelaar worden gebruikt die stroompjes afgeeft. Als die in de buurt komt van de juiste zenuw, zult u merken dat er onwillekeurige bewegingen in het been optreden. Dit is een teken dat de naald op de goede plaats zit. Vervolgens wordt daar de verdovingsvloeistof ingespoten. De verdoving werkt na 30 minuten. De duur van de verdoving is, afhankelijk van het soort verdoving, werkzaam tussen 3 en 24 uur. De complicaties en bijwerkingen van deze techniek zijn vrijwel identiek aan het arm blok.
Het onderbeensblok
Als u aan de voet of tenen wordt geopereerd, kunt u een verdoving krijgen die in de knieholte wordt geplaatst. Hiervoor moet u op de buik liggen. De verdoving bestaat uit een prik, waarbij op dezelfde wijze als bij het één-been blok de zenuw wordt opgezocht. Als de naald op de juiste plaats zit wordt de verdovingsvloeistof ingespoten, het werkingseffect bemerkt u na 30 minuten. De duur van de verdoving varieert tussen de 3 en 24 uur.
Bijwerkingen en complicaties plexusanesthesie van de arm of het been
Onvoldoende pijnstilling
Het kan voorkomen dat de verdoving bij u onvoldoende werkt. Soms kan de anesthesioloog nog wat extra verdoving bijgeven. In andere gevallen is het beter om voor een andere anesthesievorm te kiezen, bijvoorbeeld algehele anesthesie. De anesthesioloog zal dat met u overleggen.
Postoperatieve tintelingen
Door irritatie van de zenuwen door de prik of door de gebruikte medicijnen kunt u nadat de verdoving is uitgewerkt nog enige tijd last houden van tintelingen in de arm en de hand. Deze tintelingen verdwijnen in de meeste gevallen in de loop van weken tot maanden vanzelf.
Overgevoeligheidsreacties
Overgevoeligheid voor de gebruikte verdovingsmiddelen komt soms voor. Dit kan zich uiten in benauwdheid, huiduitslag, lage bloeddruk. Behandeling is meestal goed mogelijk.
Toxische reacties
De zenuwen die verdoofd moeten worden lopen vlakbij grote bloedvaten. Het is mogelijk er verdovend medicijn direct in de bloedbaan komt. Dat uit zich in een metaalachtige smaak, tintelingen rond de mond, een slaperig gevoel, hartritmestoornissen, trekkingen en uiteindelijk bewusteloosheid. Behandeling is meestal goed mogelijk.