Ruggenprik
U wordt aangesloten op de bewakingsapparatuur. Uw bloeddruk wordt gemeten. Er wordt een infuusnaald ingebracht in een arm. Afhankelijk van de voorkeur van de anesthesioloog wordt u gevraagd te gaan zitten of op een zij te gaan liggen. De ruggenprik is niet pijnlijker dan een gewone injectie. Als de verdoving is ingespoten merkt u eerst dat uw benen warm worden en gaan tintelen. Later worden ze gevoelloos en slap evenals de rest van het onderlichaam. Gedurende de operatie blijft de anesthesioloog of de anesthesiemedewerker bij u. U blijft bij bewustzijn. Van de operatie ziet u niets; alles wordt afgedekt met doeken. Als u toch liever slaapt, dan kunt u om een licht slaapmiddel vragen.
Afhankelijk van het gebruikte medicijn kan het twee tot zes uur duren voordat de verdoving volledig is uitgewerkt. Met het uitwerken van de verdoving kan ook pijn optreden. Wacht niet te lang de verpleegkundige om een pijnstiller te vragen.
Als de ruggenprik gegeven word voor langer durende pijnbestrijding dan wordt er, via de naald waarmee de ruggenprik uitgevoerd werd, een dun slangetje ingebracht. Pijnstillende middelen kunnen op deze manier continue worden toegediend via een infuuspomp en soms wordt er in overleg met u gekozen voor een infuuspomp waarmee u zelf extra toediening van pijnbestrijdende stoffen kunt regelen indien de vooraf ingestelde hoeveelheid onvoldoende effect heeft. De instelling is zodanig geprogrammeerd dat u zichzelf nooit teveel kunt toedienen waardoor een optimaal gebruikerscomfort ontstaat.
Bijwerkingen tijdens de ruggenprik
Onvoldoende pijnstilling
Het kan voorkomen dat de verdoving bij u onvoldoende werkt. Soms kan de anesthesioloog nog wat extra verdoving bijgeven. In andere gevallen is het beter om voor een andere anesthesievorm te kiezen, bijvoorbeeld narcose. De anesthesioloog zal dat met u overleggen.
Lage bloeddruk
Als bijwerking van een ruggenprik kan een lage bloeddruk optreden. De anesthesioloog is hierop bedacht en zal daartegen maatregelen nemen.
Hoge uitbreiding
Soms komt het voor dat het verdoofde gebied zich verder dan bedoeld naar boven uitbreidt. U merkt dat doordat uw handen gaan tintelen. Misschien kunt u wat moeilijker ademen. De anesthesioloog zal u wat extra zuurstof toedienen. Meestal zijn de klachten daarmee opgelost.
Moeilijkheden met plassen
De verdoving strekt zich uit tot de blaas. Het plassen kan daardoor moeilijker gaan dan normaal. Het kan nodig zijn de blaas met een katheter leeg te maken.
Zenuwletsel
Hoewel er met de grootste zorg een ruggenprik wordt gezet is er een geringe kans dat er een beschadiging van een zenuw kan optreden(+/- 0.2%), dit uit zich in gevoelsstoornissen of prikkeling in het aangedane lichaamsdeel. Klachten van deze aard herstellen spontaan binnen weken tot maanden in de meerderheid van de gevallen.
Bloeding
Het ontstaan van een bloeding tijdens een ruggenprik is extreem zeldzaam (1:150.000 tot 1:220.000 afhankelijk van de priktechniek en toepassing van de ruggenprik). Om de geringe kans op een bloeding nog verder te verminderen wordt er rekening gehouden met de juiste toedieningstijd van uw anti-trombose injectie in het ziekenhuis.
Tijdens uw bezoek aan de anesthesioloog wordt u geïnformeerd of u bloedverdunnende medicijnen tijdelijk moet stoppen en op welk tijdstip dat gebeuren moet.
Infectie
Bij elke medische handeling bestaat een kans van besmetting waardoor een infectie kan ontstaan.
Bij een ruggenprik is de kans op een infectie zeer gering (geschat tussen 0,002 en 0,02 %)vanwege de steriele omstandigheden waaronder de ruggenprik wordt gezet.
Bijwerkingen en complicaties nadat de ruggenprik is uitgewerkt
Rugpijn
Het komt voor dat er rugpijn ontstaat op de plaats waar de prik is gegeven. Dit heeft te maken met de houding tijdens de operatie of de prik zelf. De klachten verdwijnen meestal binnen enkele dagen.
Hoofdpijn
Na een ruggenprik kan hoofdpijn optreden. Deze hoofdpijn onderscheidt zich van 'gewone' hoofdpijn doordat de pijn minder wordt bij platliggen en juist erger wordt bij overeind komen. Meestal verdwijnt deze hoofdpijn binnen een week vanzelf. Als de klachten zo hevig zijn dat u het bed moet houden, neemt u dan contact op met de anesthesioloog. Deze heeft mogelijkheden om het natuurlijk herstel te bespoedigen.