De verpleegafdeling chirurgie bevindt zich op de 5e etage van de nieuwbouw. De afdeling is opgedeeld in twee teams (team A5TA en team A5TB). De teams bestaan uit unithoofden, verpleegkundigen, leerlingverpleegkundigen en stagiaires. Ook zijn er secretaresses en afdelings- en voedingsassistentes werkzaam.

Patiëntenkamers
De afdeling beschikt over één-, twee- en vierpersoonskamers. Er wordt gemengd verpleegd, dames en heren liggen op een kamer, waarbij de privacy uiteraard zo veel mogelijk wordt gewaarborgd.
Maaltijden
De maaltijden worden op de verpleegafdeling door servicemedewerkers vanuit serveerwagens aan het bed bij de patiënt geserveerd. Voor de warme maaltijd in de avond kan de patiënt ter plekke een keuze maken uit twee menu's. Het is mogelijk om het menu aan te passen aan persoonlijke wensen, zoals geloofsovertuiging of dieet. Enkele keren per dag komen servicemedewerkers langs met drinken. Meegebrachte dranken kunnen in de koelkast op de patiëntenkamer worden bewaard.
Werkwijze verpleegkundigen
De verpleegkundigen werken in diensten van acht uur die elkaar overlappen. Tijdens iedere dienst draagt de verpleegkundige zorg voor de continuïteit van het verpleegproces van een aantal patiënten. Hij of zij is tijdens haar dienst aanspreekpunt voor de patiënt en communiceert met andere disciplines.
Overige disciplines
Indien nodig wordt de hulp van een fysiotherapeut, diëtiste, diabetesverpleegkundige, stoma-wondverpleegkundige of mammacare-verpleegkundige ingeschakeld. Ook kan de patiënt desgewenst in contact komen met een geestelijk verzorger of maatschappelijk werker.
Patiëntendossier
Na iedere dienst wordt door de verpleegkundige een verslag gemaakt in het verpleegkundig dossier. Andere hulpverleners die betrokken zijn bij de behandeling gebruiken dit dossier ook. De patiënt mag hierin uiteraard zelf ook lezen, maar voor inzage in het dossier door een derde is toestemming van de patiënt vereist.
Visite lopen
Iedere ochtend wordt van 8.20-8.40 uur visite gelopen door de zaalarts ofwel arts-assistent. Dit zijn veelal artsen in opleiding tot specialist. Zij hebben dagelijks overleg met de chirurgen om het medische beleid te bepalen.
Als de patiënt of de familie, buiten de visitetijden om, een gesprek wil met de behandelend zaalarts of specialist dan kan er via de verpleegkundige een afspraak gemaakt worden.
De uitslag van weefsel dat wordt onderzocht door de patholoog-anatoom, is in de regel pas na 10 dagen bekend. Een gesprek met de chirurg hierover is daarom vaak pas mogelijk bij het eerstvolgende bezoek aan de polikliniek.
Pijn na de operatie
Het is belangrijk dat de patiënt na de operatie zo min mogelijk last heeft van pijn. Mensen die de eerste dagen na een operatie een goede pijnbehandeling hebben gekregen, herstellen namelijk sneller. Pijn is persoonsgebonden en daardoor moeilijk te meten. Op de afdeling wordt gebruik gemaakt van een meetinstrument, namelijk de Visuele Analoge Schaal (VAS). Dit is een meetlatje waarop de patiënt duidelijk kan aangeven hoe de pijn op dat moment ervaren wordt. Deze waarde geeft de verpleegkundige een indicatie van de pijn waarop de pijnstilling kan worden aangepast.
De pijnmeting wordt op vaste tijden uitgevoerd. Te weten vlak na terugkomst uit de operatie, eenmaal terug op de afdeling en in de ochtend, middag en avond. Daarnaast is het belangrijk dat de patiënt het op tijd aangegeeft als er pijn optreedt. Hoe langer er gewacht wordt met het melden van de pijn, hoe moeilijker het is om de pijn te bestrijden.
Na de operatie krijgt de patiënt op vaste tijden paracetamol. Het innemen van pijnstillers op vaste tijden is de basis van de pijnbestrijding. Indien nodig schrijft de anesthesist of de pijnconsulent extra pijnstilling voor in de vorm van tabletten, zetpillen of injecties. Op de afdeling krijgt de patiënt de patiëntenfolder uitgereikt, waarop de hele pijnbestrijding uitgebreid staat uitgelegd.
Nazorg
Soms kan het nodig zijn dat de patiënt na ontslag uit het ziekenhuis tijdelijk wat meer hulp nodig heeft, bijvoorbeeld van de thuiszorg. Ook familie speelt bij de eerste periode thuis vaak een belangrijke rol als extra hulp of aandacht noodzakelijk blijkt.
Het is voor de patiënt en de familie raadzaam hier tijdig over na te denken daar de gewenste hulp niet altijd meteen voorhanden is. De verpleegkundige van de afdeling kan hier meer informatie over geven.