Voor de operatie

Als u een operatie moet ondergaan, krijgt u vooraf een preoperatief onderzoek op poli 22. Voordat de anesthesioloog u anesthesie geeft, neemt hij kennis van uw medische gegevens. Deze informatie is nodig om te bepalen welke vorm van anesthesie voor u nodig is en/of het beste is. Dat hangt bijvoorbeeld af van de soort operatie, de duur van de operatie, uw leeftijd, uw conditie en andere factoren. De anesthesioloog schat in welke risico's in uw geval aan de operatie en de anesthesie verbonden zijn en hoe deze kunnen worden beperkt

U kunt dit meteen na het polibezoek van uw behandelend specialist doen, zodat u in één keer klaar bent. Houd er wel rekening mee dat dit 45 min tot 1 uur kan duren. Komt dat niet uit, dan kunt u afspraken maken op een andere dag. Wij raden u aan om eventuele vragen op te schrijven, zodat u deze niet kunt vergeten.

Melden bij poli 22
Bij de poli Preoperatief onderzoek, poli 22, meldt u zich aan de balie. U wordt gevraagd de preoperatieve vragenlijst anesthesiologie in te vullen. Hierna neemt u plaats in de wachtruimte. Zodra u aan de beurt bent, haalt de doktersassistente u op.

Vragenlijst invullen
Als u op afspraak naar het spreekuur komt, is het raadzaam thuis de preoperatieve vragenlijst anesthesiologie in te vullen en de folder 'Anesthesie' te lezen. Wanneer u naar het ‘inloopspreekuur’ komt, heeft u op de poli tijd om deze informatie door te lezen

De screening
Bij de preoperatieve screening heeft u een afspraak met achtereenvolgens een apothekersassistente, een doktersassistente en een anesthesioloog. Deze anesthesioloog kan een andere anesthesioloog zijn dan van wie u anesthesie zult krijgen. De apothekersassistente noteert de door u thuis gebruikte medicatie. De doktersassistente neemt samen met u de ingevulde vragenlijst door, meet lengte, gewicht, bloeddruk en hartfrequentie, en geeft informatie over de opname. De anesthesioloog (of de anesthesioloog in opleiding of phycisian assistant of anesthesie medewerker) stelt zich op de hoogte van uw medische conditie en uw medicijngebruik. De anesthesioloog laat zonodig aanvullend onderzoek doen zoals bijvoorbeeld bloedonderzoek (vanwege bijvoorbeeld een eventuele bloedtransfusie, een hartfilmpje (ECG), een röntgenfoto van de longen of een consult bij een andere specialist. 

De anesthesioloog vertelt u welke vorm van anesthesie in uw situatie het beste toegepast kan worden en welke voorbereidingen nodig zijn. Bij voorbereidingen (die soms thuis al starten) behoren bijvoorbeeld nuchter zijn voor de operatie. Maar ook uw medicijngebruik, zoals bijvoorbeeld op tijd stoppen met het gebruik van bloedverdunners, diabetesmedicatie of plaspillen. Als u erg tegen de ingreep opziet dan kan de anesthesioloog afspreken dat u op de verpleegafdeling een tablet krijgt waardoor u zich wat kunt ontspannen voordat u naar de operatieafdeling gaat.
U krijgt direct na uw bezoek een brief mee met informatie over welke anesthesietechniek met u is afgesproken, eventuele medicatieafspraken en de richtlijnen over het nuchter zijn.

Nuchter voor operatie
Het nuchter zijn vóór een operatie is niet bedoeld om misselijkheid na een operatie te voorkomen, maar om te voorkomen dat maaginhoud in de longen terecht komt. Misselijkheid na een operatie kan veroorzaakt worden door de narcose, de operatie zelf of door medicijnen.
Onder normale omstandigheden beschermen bepaalde reflexen (hoest- en slikreflex) dat bij braken de maaginhoud wordt ingeademd. Maar tijdens en vlak na algehele anesthesie zijn deze reflexen afwezig dan wel verminderd. Bent u misselijk en moet u braken terwijl de maag niet leeg is, dan kan de maaginhoud in de longen terecht komen. Hierdoor is er gevaar op het ontstaan van een longontsteking
Ook bij een ‘ruggenprik’ of een andere vorm van verdoving moet u nuchter zijn. Er kunnen immers altijd onvoorziene omstandigheden zijn waardoor u algehele anesthesie moet kunnen krijgen.

Eet- en drinkregels
De volgende regels gelden ten aanzien van eten en drinken vóór operaties:

  • Tot 6 uur vóór de ingreep zijn drinken en eten (lichte maaltijd) toegestaan.
  • Tot 2 uur vóór de ingreep is drinken van water of limonadesiroop toegestaan.
  • Tot 4 uur vóór de ingreep is borstvoeding toegestaan.

Neem als tijdstip voor de ingreep het moment dat u in het ziekenhuis aanwezig moet zijn. Een slokje water bij het tandenpoetsen of het innemen van medicijnen mag altijd.

Medicijnen
Alle medicijnen zijn belangrijk maar voor een aantal geldt dat zeker:
Bij de preoperatieve screening krijgt u informatie of u moet stoppen met de door u gebruikte bloedverdunner(s) en, zo ja, hoe lang vóór de ingreep.
Soms mogen bloedverdunners niet worden gestopt, maar is het wel van belang dat tijdens de ingreep het bloed voldoende stolt. Om dit mogelijk te maken wordt de door u gebruikte bloedverdunner tijdelijk vervangen door een andere bloedverdunner.
Tabletten voor suikerziekte moeten niet meer worden ingenomen vanaf het moment dat u niet meer mag eten.
Kortwerkende insuline moet niet meer worden gespoten vanaf het moment dat u niet meer mag eten.
Een insulinepomp moet worden gestopt vanaf het moment dat u niet meer mag eten.
Bij opname in het ziekenhuis wordt het bloedsuikergehalte gecontroleerd waarna bepaald kan worden hoeveelheid insuline via een infuus moet worden toegediend.
Uw bloedsuikergehalte wordt rondom de operatie gecontroleerd en zo nodig wordt de dosering van de insuline aangepast.

Bloeddruk
Tijdens de screening meten we uw bloeddruk. Het kan zijn dat ondanks herhaalde meting uw bloeddruk te hoog is. Indien wij het medisch gezien noodzakelijk vinden kan het zijn dat wij u naar de huisarts verwijzen voor analyse en behandeling van deze verhoogde bloeddruk.

Bloedtransfusie
Bij een operatie kan bloed verloren gaan. Het is afhankelijk van het soort operatie of het bloedverlies klein of groot is. Met allerlei bloedbesparende technieken probeert het operatieteam het bloedverlies zoveel mogelijk te beperken. U kunt een zekere hoeveelheid bloed missen, maar bij een te groot bloedverlies is bloedtransfusie noodzakelijk. Hoe hoger uw bloedgehalte voor de operatie is, hoe meer bloed u kunt missen voordat bloedtransfusie nodig is.
Als bij een ingreep misschien een bloedtransfusie gegeven zal moeten worden, worden bij de preoperatieve screening bloedgehalte en bloedgroep bepaald. Bij een te laag bloedgehalte zonder duidelijke oorzaak zullen wij verder onderzoek verrichten met al dan niet een verwijzing naar een internist. 

Bloedgehalte verhogen vóór de ingreep
Voor sommige operaties is het beter dat uw bloedgehalte hoger is dan een bepaalde waarde. Om het bloedgehalte voor de operatie te verhogen, kan een behandeling met erytropoëtine en ijzertabletten of een ijzerinfuus gegeven worden. Erytropoëtine is een middel dat het beenmerg stimuleert om rode bloedcellen aan te maken.

Wijzigingen in uw gezondheidstoestand en of medicatiegebruik
Indien na uw bezoek aan de poli Preoperatief onderzoek wijzigingen in uw gezondheidstoestand en of medicatiegebruik optreden, neem dan zo spoedig mogelijk contact op met de polikliniek

Spoedoperaties
Als het om een spoedoperatie gaat, wordt de anesthesie als het mogelijk is ook met u besproken op de polikliniek anesthesiologie. Bent u niet mobiel, bijvoorbeeld door een botbreuk dan proberen wij u te bezoeken op de verpleegafdeling. Lukt het de anesthesioloog niet om u nog te bezoeken op de verpleegafdeling, dan zullen de gegevens die van belang zijn voor de operatie en de anesthesie door de operateur met de anesthesioloog besproken worden. Voor de operatie kunt u altijd nog vragen aan de anesthesioloog stellen in de voorbereidingsruimte van de operatiekamer.

Operaties bij kinderen
Het hangt van het type operatie af of kinderen in dagopname worden geopereerd of meerdere dagen in het WFG verblijven. In beide gevallen worden zij opgenomen op de kinderafdeling. Meer informatie vindt u in de folders van kindergeneeskunde. U kunt met uw kind ook fotoreportages bekijken over wat er allemaal gebeurt wanneer je geopereerd wordt.

Verhindering operatie
Het kan zijn dat uw geplande operatie wordt uitgesteld. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren bij ziekte van de medisch specialist of OK-personeel, als de intensive care vol is en andere onvoorziene omstandigheden. Het kan ook zijn dat u zelf moet afzeggen bijvoorbeeld vanwege ziekte. Doet u dit dan snel mogelijk bij de afdeling die uw operatie heeft gepland. U wordt vervolgens bovenaan de lijst geplaatst en dan zo snel mogelijk behandeld.

Roken
Het is natuurlijk altijd beter om helemaal niet te roken. In de uren voor de operatie moet u het zeker niet doen. Rokers hebben geïrriteerde luchtwegen wat tijdens en na de operatie kan leiden tot hoesten. U moet beseffen dat hoesten ook na afloop van de operatie vaak erg hinderlijk is en nadelig kan zijn voor de wondgenezing.

Sieraden, lenzen/bril, gebitsprothese en piercings
Voor de operatie moet u alle sieraden afdoen: uw horloge, ringen, armbanden en piercings. Neem zo min mogelijk waardevolle spullen mee naar het ziekenhuis. Ook uw contactlenzen, bril en gebitsprothese moet u achterlaten voor u naar de operatiekamer gaat, tenzij anders met u afgesproken is. Tijdens de operatie draagt u een operatiejasje dat u op de verpleegafdeling aantrekt.

 Route

U vindt de poli Preoperatief onderzoek en pijnbestrijding op de begane grond. U loopt vanuit de centrale hal langs lift A de gang in.
K​lik op de plattegrond voo​r een vergrote weergave.
 

 

 

Anesthesie en operatiehttps://www.westfriesgasthuis.nl/afdelingen/anesthesie-en-operatieAnesthesie en operatieDe afdeling Anesthesie en operatie houdt zich bezig met verdoving bij operaties en ingrepen. De afdeling is onderverdeeld in de poli preoperatief en de anesthesie in de operatiekamers.

Mobile Menu
Zoeken.